empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty empty
Tarot.

Tarot is een manier om je vragen over het heden, verleden en de toekomst te beantwoorden. Je legt je kaarten op een speciale manier neer, waardoor je een oplossing kunt vinden. In het begin is het moelijk om de kaarten goed te interpreteren, maar nu een tijdje zul je merken, dat het steeds makkelijker gaat.
Hieronder een aantal (eenvoudige) leggingen.

Dagelijkse legging.
   Je schudt de kaarten en legt ze met de rug naar boven toe neer. Nu trek je drie kaarten en die leg je als volgt neer:
1 = wat er nu gebeurt
2 = verleden, datgene wat hiertoe heeft geleid
3 = toekomst, datgene waarnaar het leid
Het kruis.
    Het kruis is voor algemene vragen. ("welk besluit moet ik nemen" of "hoe moet ik me opstellen?")
Je trekt vier kaarten en die leg je als volgt neer:
1 = waar het om gaat
2 = wat je niet moet doen
3 = wat je moet doen
4 = waar het naar leid
Het keltische kruis.
   Voor vragen als: Wat moet ik doen om ... te bereiken. (Deze legging is redelijk moeilijk.)
Schud de kaarten en leg de kaarten als volgt neer:
1 = huidige situatie van de vraag steller
2 = hetgeen wat de sitiuatie beinvloed
3 = dit is al bekend (is de vraagsteller zich bewust van)
4 = invloeden uit ver verleden, die invloed hebben op de situatie nu.
5 = recente verleden, wat hiertoe geleid heeft
6 = nabije toekomst (ontwikkelingen die snel merkbaar zullen worden)
7 = houding van de vraagsteller tegenover de vraag/situatie.
8 = invloed van omgeving op de vraagsteller
9 = hoop & vrees (waar de vraagsteller op hoopt of bang voor is)
10 = ontwikkeling op lange(re) termijn
Het gevolgen leg-patroon.
    Deze legging is niet erg ingewikkeld, en geeft inzicht op de situatie van de vraagsteller.
Eerst schud je de kaarten, legt ze met de rug naar boven neer. Dan trek je een voor een 7 kaarten en die leg je als volgt neer:
1 = de persoon of situatie
2 = wat voor of tegen hem is
3 = het verleden
4 = de toekomst
5 = geadviseerde richting in te gaan
6 = de omgeving of handelingen van anderen
7 = het resultaat